Biomedisch onderzoek
Deze pagina in het onderdeel Bronnen wijst de weg naar belangrijke bronnen over biomedisch onderzoek. Dit kan vanuit twee perspectieven worden bekeken: onderzoek naar biomedische onderwerpen voor militaire doeleinden en onderzoek waarbij militairen als proefpersonen deelnemen. Beide perspectieven kennen ethische vraagstukken die uniek zijn voor de militaire omgeving en die verder gaan dan die welke in de algemene gezondheidszorg gelden.
Biomedisch wetenschappelijk onderzoek kan van groot belang zijn voor het militaire vermogen. Ten eerste is de mens vaak het primaire doelwit van oorlogswapens, zoals kogels, bommen, raketten en andere bewapening. Naast ‘conventionele’ wapens hebben massavernietigingswapens (chemisch, biologisch, nucleair en radiologisch, CBRN) specifieke mechanismen waarmee zij schade veroorzaken. Opkomende wapens die andere fysische eigenschappen benutten, zoals microgolven, laser of geluid, kunnen het menselijk lichaam eveneens schaden. Het is noodzakelijk de pathofysiologische effecten van wapens te begrijpen om defensieve tegenmaatregelen en behandelingen te kunnen ontwikkelen. Er bestaat echter een risico dat biomedisch wetenschappelijk onderzoek wordt uitgebreid om wapens te ontwikkelen die effectiever zijn of om nieuwe manieren te vinden om schade toe te brengen. Er zijn voorbeelden van onderzoek door de nazi's op gevangenen in concentratiekampen en van experimenten op gevangenen door de Japanners in de Tweede Wereldoorlog die bijzonder gruwelijk waren. Dit leidde tot de Neurenbergcode en vervolgens tot de Verklaring van Helsinki. Recenter wordt een deel van het onderzoek dat onder auspiciën van het leger in de VS en het VK tijdens de Koude Oorlog werd uitgevoerd als onethisch beschouwd. Het is daarom belangrijk dat beleidsmakers en militaire onderzoeksinstellingen beschikken over ethische richtlijnen en toezicht, zodat het doel van militair biomedisch onderzoek rechtmatig en ethisch is.
Militairen kunnen ook proefpersoon zijn in biomedisch onderzoek, hetzij omdat het onderzoek zo gerubriceerd is dat het niet met andere deelnemers kan worden uitgevoerd, hetzij omdat de militaire populatie de belangrijkste begunstigde van het onderzoek is. Voor militairen als proefpersonen bestaan bijzondere risico's vanwege het gevaar van impliciete of expliciete dwang, het gebrek aan autonomie en de ondoorzichtigheid van het institutionele toezicht op dergelijk onderzoek. Ook hier zijn er historische voorbeelden waarin militaire proefpersonen schade hebben geleden door slechte onderzoekspraktijken. De ethische governance en goedkeuring van onderzoek met militaire proefpersonen moet daarom voorbeeldig zijn.