J
J
J
J
De inzet van massavernietigingswapens (zoals nucleaire, biologische of chemische wapens) is fundamenteel problematisch, omdat hiermee geen onderscheid gemaakt kan worden tussen legitieme militaire doelen en burgers. Dit schendt per definitie het internationaalrechtelijke principe van onderscheid (discriminatie).
Hoewel de inzet van dergelijke wapens op de korte termijn een abrupt tactisch of strategisch succes kan forceren, staat dit niet in verhouding tot het indiscriminatoire menselijk leed dat ermee wordt aangericht. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de catastrofale en oncontroleerbare effecten op de lange termijn. Bijvoorbeeld: als het wereldwijde taboe op de inzet ervan eenmaal is doorbroken, wat betekent dit dan voor toekomstige conflicten? Wordt de inzet dan 'genormaliseerd'? Zal dit op de lange termijn niet leiden tot nog veel meer leed en vernietiging?
Het is erg moeilijk voor te stellen hoe de inzet van nucleaire wapens gerechtvaardigd zou kunnen worden, anders dan mogelijk een allerlaatste daad van zelfverdediging wanneer het voortbestaan van de eigen staat acuut wordt bedreigd.
Guy Van Damme and Nick Fotion, ‘Proportionality’ in Guy Van Damme and Nick Fotion (eds.), Moral Constraints on War, (Lexington, Lanham, 2002), p138-139.