8
8
8
8
Het mishandelen van een gevangene of arrestant is een schending van het Humanitair Oorlogsrecht (HOR) en is altijd verboden.
Hoewel er tussen coalitiepartners culturele verschillen en afwijkende procedures kunnen bestaan, vormen handelingen als mishandeling en marteling een absolute rode lijn die nooit te rechtvaardigen is.
Het lastige is echter hoe je hier in de praktijk naar handelt. Heb je op jouw niveau de autoriteit en de fysieke mogelijkheid om direct in te grijpen, of moet je onmiddellijk iemand waarschuwen die wél kan optreden?
Militaire operaties vinden niet plaats in een vacuüm. In de complexe werkelijkheid van coalitie-operaties moet je altijd nadenken over de langetermijngevolgen van je handelen, óók voorbij het directe incident. Zodra je vaststelt dat het jouw plicht is om de gevangene te beschermen en de schending van het HOR te stoppen, volgt de tactische vraag: hóé grijp je in? Hierbij weeg je de risico's af. Je moet beslissen of een directe fysieke confrontatie op dat moment de verstandigste koers is, of dat de situatie vereist dat je het incident direct via de formele lijn meldt.
Zie ook Klaveren 8
David Whetham, ‘The Challenges of Ethical Relativism in a Coalition Environment’, Journal of Military Ethics, 7 (2008), p313.