3
3
3
3
Het direct en opzettelijk aanvallen of vernietigen van een overduidelijk civiel object is verboden. Het gevecht wordt gevoerd tussen strijders; burgers en hun leefomgeving moeten zo goed mogelijk worden beschermd. Het vernietigen van civiele infrastructuur (zoals woningen of water- en stroomvoorzieningen) schendt het principe van onderscheid en raakt de burgerbevolking direct. Bovendien heeft dit een funest effect op het strategische doel: als de missie draait om het beschermen van de bevolking, wordt deze direct ondermijnd door zulke vernietigingen.
Toch ligt het op het gevechtsveld soms genuanceerder. Tijdens conflicten kan civiele infrastructuur – zoals bruggen, dammen of gemalen – een grote tactische waarde krijgen om een tegenstander te vertragen of te kanaliseren. Zodra de vijand civiele objecten gebruikt voor militaire doeleinden (zogenaamde dual-use targets), kunnen deze hun beschermde status verliezen en een legitiem doelwit worden.
Maar let op: zelfs dan kunnen grote groepen burgers zwaar worden getroffen door de vernietiging ervan. Eventuele nevenschade aan civiele eigendommen moet daarom altijd streng worden getoetst aan het proportionaliteitsbeginsel. Waar mogelijk is het cruciaal om hierover afstemming te zoeken met lokale of regionale autoriteiten, om zo de impact op de bevolking te minimaliseren.
Laurie R. Blank, ‘Military Operations and Media Coverage: The Interplay of Law and Legitimacy’, in George Lucas (ed.), Routledge Handbook of Military Ethics, (Routledge, Abingdon, 2015), p355.