10
10
10
10
In een democratie is de krijgsmacht ondergeschikt aan het bevoegd civiel gezag. In de Nederlandse grondwet is het primaat van de politiek verankerd: het oppergezag over de krijgsmacht berust exclusief bij de regering (art. 97 Grondwet). Daarmee is de regering ook politiek verantwoordelijk tegenover het parlement. De krijgsmacht mag binnen grondwettelijke en internationaalrechtelijke kaders worden ingezet voor de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk en de bevordering van de internationale rechtsorde.
• Bepaalde tactische, technische en operationele informatie moet strikt geheim blijven (OPSEC) om de levens van militairen en de veiligheid van missies niet in gevaar te brengen.
• Echter, door zo transparant mogelijk te zijn en openlijk verantwoording af te leggen over de manier van handelen, bewaakt Defensie de integriteit en het imago van de krijgsmacht, en wordt het lerend vermogen van de organisatie vergroot.
• Het publieke draagvlak en het vertrouwen van de samenleving wordt versterkt als Defensie aantoont dat zij bereid is eigen fouten te onderzoeken en waar nodig gepaste maatregelen te nemen.
• Dat vraagt ook om een open en genuanceerde benadering van enerzijds politiek, door keuzes primair te laten leiden door het landsbelang en veteranen niet onnodig door publieke optredens te beschadigen, en anderzijds maatschappij, door een te gemakkelijk oordeel achteraf soms uit te stellen om ook het inleven in situaties waarin fouten zijn gemaakt mogelijk te maken.
Alain Fogue-Tedom, ‘Effective Democratization and the Development of Moral Competencies in the Armed Forces of African States’, in George Lucas (ed.), Routledge Handbook of Military Ethics, (Routledge, Abingdon, 2015), p120.